Madagaskar is een eiland ten oosten van het vasteland van Afrika. Het is het op drie na grootste eiland ter wereld, na Groenland, Nieuw-Guinea en Borneo. Het is 14 keer zo groot als Nederland en heeft ongeveer 30 miljoen mensen inwoners. De hoofdstad is Antananarivo. De officiële taal is het Malagasi of Malagassisch en de inwoners heten Malagassiërs.
Het land is van een adembenemende schoonheid en een bijzondere biodiversiteit. Zo is er een apensoort, de lemuren, die alleen op dit eiland voorkomt. Een toeristische trekpleister is de baobaballee. De apenbroodbomen van deze allee, die oorspronkelijk deel van een tropisch regenwoud waren, zijn soms wel 25 meter hoog en tot 800 jaar oud. De baobab slaat enorme watermassa’s op, waardoor hij de droogte goed kan doorstaan. De inheemsen noemen de gigantische boom ‘renala’, ‘moeder van het woud’.
Maar achter de idyllische façade gaat grote maatschappelijke en economische nood schuil. Corruptie en nalatigheid van de overheid hebben geleid tot een enorme structurele zwakheid en een groot deel van de bevolking, meer dan 75 procent, onder de armoedegrens gebracht. Veel kinderen gaan niet naar school, wat hun toekomstperspectieven sterk beperkt. Daarbij komen de gevolgen van de klimaatcrisis: droogte, cyclonen en vernietiging van het milieu.
De droogte en de regelmatige cyclonen zorgen voor mislukte oogsten. Velen proberen daarom een inkomen te verwerven door te werken in de saffier- en micamijnen. Gevaarlijk werk, waar vaak ook de kinderen van het gezin aan mee moeten helpen. Anderen verzamelen hout. Bomen, die het water vasthouden, worden gekapt. Daardoor wordt water vinden een lange zoektocht. Het zijn vaak kinderen die met gele jerrycans onderweg zijn en 15 tot 30 kilometer moeten lopen.
In het land groeit het ongenoegen over corruptie en wanbeleid. Vorig jaar waren er protesten tegen de stijgende armoede, slechte voorzieningen en nepotisme in de politiek. Het leidde uiteindelijk tot de val van de regering.