Al 100 jaar is de voorlaatste zondag van oktober gewijd aan “gebed, bezinning en bijdragen aan de evangelisatiemissie van de Kerk, vooral in gebieden waar de verkondiging van het Evangelie pas net is begonnen en waar de Kerk nog jong is”, aldus paus Leo XIV in zijn toespraak tot alle nationaal directeuren van de Pauselijke Missiewerken op maandag 1 juni jl.
In 1926 riep paus Pius XI de zondag door de wereldmissie in het leven. De katholieke gelovigen wereldwijd zouden zich op een gemeenschappelijke dag verbonden weten met de plaatselijke kerken in Afrika, Azië, Oceanië en Latijns-Amerika. Verbondenheid die zich uitte in gebed, in delen en in concrete ondersteuning. Uit dit idee ontstond de tot op heden grootste solidariteitsactie van katholieken wereldwijd.
In die 100 jaar hebben zich uiteraard ontwikkelingen voorgedaan in de opvatting van wat missie is. Een klein voorbeeld laat dat zien. In de afbeelding hieronder uit 1949 wordt nog gesproken over ‘heidenen’ die ons gebed en offer nodig hebben. Nog afgezien van het woordgebruik, dat wij nu niet meer zouden bezigen, laat het ook de gedachte erachter zien. Namelijk dat het voor het heil van de mensen van doorslaggevend belang was dat men lid van de Kerk zou zijn.
Na het Tweede Vaticaans Concilie veranderde er veel, ook in de opvattingen rond missie. Enkele decennia stond met name ontwikkelingshulp in zogenaamde ‘derde wereld’ landen centraal. Tegenwoordig laten we met Missiezondag zien hoe we krachten die in de plaatselijke kerken aanwezig zijn kunnen stimuleren. We beklemtonen de wereldwijde gemeenschap en het gemeenschappelijke geloof en we delen de verplichting om ons vanuit dat geloof in te zetten voor de zwaksten en armsten.