Het is vroeg in de avond als de tienjarige Fary voor zuster Nirina staat en haar vraagt om mee te komen. Zijn vader ligt zwaar ziek thuis, hoge koorts, vermoedelijk malaria, amper nog aanspreekbaar. Zijn moeder heeft enkele dagen geleden een meisje ter wereld gebracht, is verzwakt en kan niet helpen. Een dokter is er niet.
Zuster Nirina Bernadette Raherinirainy is verpleegkundige in Sandrandahy, een dorp in het hoogland van Madagaskar. Vaak is zij de enige medische deskundige in de wijde omtrek. De zuster van de Goede Herder treuzelt niet en gaat meteen op pad. De tocht te voet is vermoeiend, een straat is er niet.
Wanneer ze in het dorp aankomt, is het al donker. De man reageert niet meer, zijn bloeddruk is levensgevaarlijk laag, de familie is wanhopig. Zuster Nirina begint meteen met de behandeling. “Ik heb de hele nacht gewaakt om dit gezin te redden”, zegt ze. Moeder en kind overleven. Maar voor de vader komt elke hulp te laat. De volgende dag is hij gestorven.
Zulke situaties zijn in Madagaskar geen uitzondering. Waar de gezondheidsstructuren van de staat ontbreken zijn de religieuzen vaak de enige hulp. Ze behandelen zieken, begeleiden gezinnen en blijven, wanneer anderen het al lang hebben opgegeven. Hun inzet is dicht bij de mensen. En voor veel mensen is die belangrijk om te overleven.